Nieuws

Nieuwe regels voor zzp’ers en flexwerkers: dit zijn de ingangsdata
Geplaatst op donderdag 30 juli 2026 Leestijd: 4 minuten
Werk je als ondernemer met zzp’ers, uitzendkrachten, oproepkrachten of tijdelijke werknemers? Dan krijg je de komende jaren te maken met verschillende nieuwe regels.De eerste wijzigingen gaan in op 31 december 2026. Andere onderdelen volgen op 1 januari 2027 en 1 januari 2028. De ingangsdata zijn inmiddels definitief vastgesteld. Wat verandert er precies en wat betekent dit voor jou als werkgever of opdrachtgever?
Rechtsvermoeden voor zzp’ers vanaf 31 december 2026
Vanaf 31 december 2026 geldt een nieuwe regel voor zzp’ers met een laag uurtarief. Deze regel maakt het makkelijker om aan te tonen dat zij eigenlijk in loondienst werken. De grens ligt bij de invoering op € 38 per uur. Dit bedrag is gebaseerd op 1 januari 2026 en wordt daarna aangepast aan de ontwikkeling van het minimumloon.Verdient een zzp’er minder dan € 38 per uur? Dan kan diegene stellen dat er eigenlijk sprake is van loondienst. De opdrachtgever moet vervolgens aantonen dat de zzp’er echt zelfstandig werkt. Lukt dat niet, dan kan de zzp’er recht hebben op dezelfde bescherming als een werknemer. Denk bijvoorbeeld aan loondoorbetaling bij ziekte en bescherming bij ontslag.
Er is geen overgangsregeling. De nieuwe regel geldt vanaf 31 december 2026 dus ook voor overeenkomsten die al eerder zijn afgesloten.
Rechten van uitzendkrachten veranderen eerder
De Wet meer zekerheid flexwerkers (WMZF) gaat voor het grootste deel in op 1 januari 2028. Een aantal regels voor uitzendkrachten gaat al eerder in.Vanaf 31 december 2026 moeten uitzendkrachten minimaal dezelfde belangrijke arbeidsvoorwaarden krijgen als werknemers die rechtstreeks bij de opdrachtgever in dienst zijn en hetzelfde of vergelijkbaar werk doen. Denk aan loon, werktijden, overwerk en vakantiedagen. Het totale pakket aan overige arbeidsvoorwaarden moet minimaal gelijkwaardig zijn.
Op 1 januari 2027 volgen enkele aanvullende regels. Zo kan er een maximum worden gesteld aan de vergoeding die een uitzendbureau vraagt wanneer je een uitzendkracht rechtstreeks in dienst wilt nemen. Ook worden de regels rond het inzetten van vervangende krachten tijdens een staking aangescherpt.
Ook de regels voor het fasensysteem voor uitzendcontracten veranderen op 1 januari 2028.
Fase A wordt beperkt tot maximaal 52 weken. Fase B gaat naar maximaal zes tijdelijke contracten binnen een periode van twee jaar. Vervolgens heeft de uitzendkracht in principe recht op een vast contract bij het uitzendbureau.
Daarnaast wordt de positie van uitzendkrachten bij ziekte beter beschermd. Het contract mag dan niet zomaar worden beëindigd als de uitzendkracht ziek is.
Voor bestaande uitzendovereenkomsten zijn overgangsbepalingen opgenomen.
Nieuwe regels voor tijdelijke contracten vanaf 2028
Vanaf 1 januari 2028 wordt het moeilijker om werknemers steeds opnieuw een tijdelijk contract aan te bieden.Op dit moment begint na een onderbreking van meer dan zes maanden een nieuwe reeks tijdelijke contracten. Deze periode wordt verlengd naar drie jaar. Een werknemer moet straks dus drie jaar uit dienst zijn voordat je opnieuw met een reeks tijdelijke contracten kunt beginnen.
Voor scholieren en studenten die gemiddeld maximaal zestien uur per week werken, blijft de periode van zes maanden gelden. Voor seizoenswerk kan onder voorwaarden een kortere periode van drie maanden worden afgesproken.
Ook voor bestaande tijdelijke contracten gelden overgangsregels. De gevolgen kunnen daardoor verschillen per werknemer en contract.
Nulurencontracten niet langer toegestaan
Vanaf 1 januari 2028 zijn reguliere nulurencontracten niet meer toegestaan. Ook min-maxcontracten worden vervangen door een nieuw soort contract: het bandbreedtecontract.Bij zo’n contract spreek je een minimumaantal uren af waar je de werknemer moet inroosteren en een maximumaantal uren (maximaal 130% van het minimum).
Spreek je bijvoorbeeld minimaal tien uur per week af? Dan mag de werknemer maximaal dertien uur per week worden opgeroepen. De werknemer mag uren boven dit maximum weigeren. En als er structureel meer wordt gewerkt dan het minimumaantal uren, moet er een contract worden aangeboden met een hoger aantal uren.
Voor scholieren, studenten en werknemers die de AOW-leeftijd hebben bereikt, blijven uitzonderingen gelden. Zij mogen onder bepaalde voorwaarden wel op oproepbasis blijven werken.
Wat kun je nu al doen?
Hoewel een deel van de regels pas in 2028 ingaat, is het verstandig om nu al te bekijken wat de gevolgen zijn voor jouw onderneming.Werk je met zzp’ers? Controleer dan niet alleen het afgesproken uurtarief, maar ook hoe de samenwerking in de praktijk verloopt. Kan de zzp’er het werk zelfstandig uitvoeren of bepaal jij vooral hoe, wanneer en waar het werk wordt gedaan?
Maak je gebruik van uitzendkrachten? Bespreek dan met het uitzendbureau welke informatie nodig is over de arbeidsvoorwaarden binnen jouw bedrijf.
Breng daarnaast je tijdelijke contracten en nulurencontracten in kaart. Zo weet je op tijd welke contracten je moet aanpassen en wat de gevolgen zijn voor je personeelsplanning en loonkosten.
Wil je weten wat de nieuwe regels betekenen voor jouw onderneming? Neem gerust contact met ons op.
